| pagina 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9
4. Niets opruimen voor de winter
Sommige werkwijzen in het tuinieren zijn nog hardnekkiger dan het ergste onkruid. Het is een oud gebruik de tuin ’netjes’ te maken voor de winter, maar voor planten en dieren is het absoluut ongunstig. Afgevallen bladeren beschermen niet alleen de grond en de beplanting tegen bevriezing, maar ook insekten (Lieveheersbeestjes!) en ander bodemleven. Vogels kunnen in de winter tussen de bladeren nog voedsel vinden. Een opgewaaide berg bladeren tegen een warme muur van het huis is de meest ideale plek voor een Egel in winterslaap. Uitgebloeide vaste planten hebben (ruigte)zaden voor kleine zangvogels als Groenlingen, Koolmezen, Vinken en Putters; ze zijn ook een prima verblijfplaats voor vlinderpoppen. Vaste planten knippen we in het voorjaar met een heggeschaar aan stukjes. Dat geeft een prachtige strooisellaag die de grond beschermt tegen uitdroging, rechtstreekse bestraling van de zon en het dichtslaan door harde regenbuien. In één moeite door beschermen de bladeren, takjes en andere ’rommel’ de grote verscheidenheid aan bodemorganismen zoals Eéncellige wezen, Schimmels, Algen, Bacteriën en Regenwormen. Die voeden zich met afgestorven bladeren, maken de grond los en scheiden waardevolle humus uit. En de drukbezette moderne mens hoeft er eigenlijk nauwelijks iets voor te doen. Dat is moeilijker dan het lijkt. Bovenstaande informatie is anno 2000 bij de meeste mensen onbekend. Bij sommige volkeren zit het opruimen nu eenmaal in het bloed. |
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten Meneer Vermeer Tuinen. | |