| pagina 1 - 2 - 3 - 4 - 5 - 6 - 7 - 8 - 9
3. Scheppen van tegenstellingen
Droog-nat, zon-schaduw, kalkrijk-kalkarm, voedelrijk-voedselarm. Zulke tegenstellingen bieden mogelijkheden voor vele planten- en diersoorten. Voorbeeld: * Door een heel flauwe oever vanuit het water te maken, ontstaat een groot stuk drassig land waar onder meer Dotters, Orchideeën, Biezen, Gele lis, Zwanebloem, Pinksterbloem kunnen groeien. Als op een groot terrein veel tegenstellingen voorkomen, kunnen veel soorten planten en dieren zich daar vestigen. Een steile oever betekent voor veel dieren een gewisse dood omdat ze dan simpelweg geen kans meer hebben uit het water te komen. Een flauwe oever zorgt ervoor dat bijvoorbeeld een egel niet hoeft te verdrinken en dat kikkers vorstelijk kunnen recreëren. * Op voedselrijke grond groeien ruigtekruiden als Koninginnekruid, Harig wilgenroosje en bijvoorbeeld Grote brandnetel die de waardplant is van vijf soorten Vlinders (Kleine vos, Dag- pauwoog, Landkaartje, Gehakkelde Aurelia en Atlanta. Op voedselarme grond zien we belangrijke nectarplanten die weer in andere perioden bloeien dan planten op voedselrijke grond. Vuistregel is dat op voedselarme grond veel meer plantensoorten voorkomen dan op voedselrijke grond. Het plaggen, het weghalen van een overbemeste grondlaag, is in modern natuurbeheer dan ook een populaire maatregel. * Kalkrijke grond levert andere plantensoorten op dan kalkarme. Op een kalkrijke bodem, zoals bijvoorbeeld in de duinen ten zuiden van Bergen, kan zich een interessantere flora ontwikkelen. |
Alle gegevens onder voorbehoud van typefouten Meneer Vermeer Tuinen. | |